Actualisatie rentelasten en -baten € 408.300 voordeel (eenjarig)
Algemeen
Er is sprake van verschillende rentebaten en -lasten: rentebaten door schatkistbankieren, rentelasten over toekomstige leningen, rentevergoedingen over eigen financieringsmiddelen en het effect op kostendekkende exploitaties (riool- en afvalstoffenheffing, grondexploitaties en opbrengsten begraven). In de 2e Turap worden deze baten en lasten bijgesteld op basis van de laatste informatie.
Rentebaten schatkistbankieren
Sinds 2013 is verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden ingevoerd. Dit houdt in dat gemeenten, provincies, waterschappen en door hen opgerichte gemeenschappelijke regelingen al hun overtollige liquide middelen en beleggingen aanhouden bij het ministerie van Financiën en niet langer financiële geldmiddelen en vermogen bij private partijen buiten de schatkist aanhouden. Over de tegoeden wordt rente ontvangen.
Het is lastig te voorspellen hoe hoog de inkomsten zullen zijn. Dit is afhankelijk van het rentepercentage op het tegoed en de omvang van het tegoed. Voor 2025 was in de begroting uitgegaan van een bedrag van € 200.000 aan rentebaten. De aanpassing voor 2025 bedraagt € 280.500.
Rentelasten toekomstige leningen
Jaarlijks wordt bij de begroting rekening gehouden met toekomstige rentelasten in verband met nieuw aan te trekken leningen. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2025 in 2024 was voorzien dat er in 2025 een nieuwe lening aangetrokken moest worden. Hiervoor is € 405.400 aan rentelasten opgenomen. Door het achterlopen van investeringsuitgaven ten opzichte van de planning is er geen financieringstekort in 2025 en kan het opgenomen budget voor extra rentekosten vrij komen te vallen. Voor de Programmabegroting 2026 wordt een nieuwe prognose gemaakt van de toekomstige rentelasten.
Rentevergoeding eigen financieringsmiddelen
Het BBV staat toe dat er een rentevergoeding over het eigen vermogen (reserves) en over voorzieningen mag worden toegerekend - als ware het een rentelast - aan de taakvelden. Hierdoor wordt een “vergoeding” berekend over het eigen vermogen (= een eigen financieringsmiddel) van de gemeente. Dit wordt ook wel aangeduid als bespaarde rente. De bespaarde rente wordt bijgesteld met € 141.200. Dit is een budgettair neutrale boeking van lasten en baten.
Effect van bovenstaande wijzigingen in rentelasten en -baten op de programma's
De effecten van bovengenoemde bijstellingen worden zichtbaar op alle programma's door het verdelen van de rentelasten over alle onderdelen van de begroting via de omslagrente. Jaarlijks wordt bij het opstellen van de programmabegroting de hoogte van de omslagrente berekend. Het bedrag aan toe te rekenen rentelasten minus de ontvangen rentebaten wordt afgezet tegen het bedrag van de huidige investeringen, uitgedrukt in een percentage. Dit percentage wordt vervolgens gebruikt om het bedrag aan rentelasten toe te rekenen aan de taakvelden (programma’s).
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is een correctie op basis van nacalculatie verplicht gesteld, indien de werkelijke rentelasten die over een jaar aan de taakvelden hadden moeten doorbelast meer dan 25% afwijken van de rentelasten die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend. Vanwege de hoge rente-inkomsten uit schatkistbankieren is dit nu het geval. Het percentage voor de omslagrente wordt aangepast van 3% naar 2,2%. Samen met de jaarlijkse actualisatie van rente over de boekwaarden per 1 januari geeft dit lagere toe te rekenen rentelasten aan de taakvelden (programma's).
Het toerekenen van rentelasten betreft in beginsel een budgettair neutrale verdeling van rentelasten over alle onderdelen van de begroting. Een verlaging van de omslagrente betekent alleen ook dat er minder rentelasten worden doorbelast naar de kostendekkende exploitaties. Dit is daarmee een nadeel op de begroting van € 277.600.
Conclusie
Alle bijstellingen van rentelasten en -baten tezamen leidt tot een voordeel van € 408.300.